Bjørn Johnsen


Heeft zijn draai gevonden

Hij is geboren in New York, speelt zijn interlands voor Noorwegen en staat sinds afgelopen zomer onder contract in Alkmaar: Bjørn Maars Johnsen (27). De spits over aanpassen, zijn interlandcarrière en het voetbalpad dat hij bewandelt. “Mijn route is misschien moeilijker.”

Tekst: Sander Nanne |  Foto’s: Ed van de Pol


Hoe kijk je terug op jouw eerste halfjaar bij AZ?

“Ik had graag wat eerder aangesloten, want nu moest ik de Europese wedstrijden missen. Daarnaast had ik mezelf sneller kunnen aanpassen en meer kunnen leren. Ik ben blij met hoe het gaat en met de overstap. AZ is een goede club. Het is een nieuw begin, met nieuwe energie.”

Voldoet AZ tot dusver aan je verwachtingen?

“Ja, zeker weten. Ik had mijn huiswerk goed gedaan. Ik ben me gaan verdiepen in de spelers die hier onder contract hebben gestaan, het stadion en natuurlijk het trainingscomplex. Dat waren ook redenen voor mij om hier te tekenen.”

Wat valt je op?

“Er werken zoveel mensen op de achtergrond bij AZ en zij helpen op allerlei niveaus. Er is een specialist voor elk onderdeel van de club. Daardoor werkt de machine zo goed. Veel mensen zien dat niet, zij zien alleen ons spelen op het veld.”

Je lijkt je draai in het team gevonden te hebben.

“Ik ben een sociaal persoon en ik denk dat ik de beste baan ter wereld heb. Soms moet je serieus zijn, maar af en toe kun je ook lol maken. Ik probeer open te zijn naar iedereen. We moeten elkaar ook kunnen vertrouwen, zeker als je op het veld zo goed mogelijk wil presteren. Ik zie de jongens vaker dan mijn eigen familie. Eigenlijk zijn zij nu mijn familie.”

Afgelopen week begon je in de basis door de blessure van Mats Seuntjens. Voelde dat als dé kans?

“Het is natuurlijk niet de manier waarop je in het team wilt komen. Maar je weet in het voetbal nooit hoe het gaat. De trainer maakt de beslissingen. Nu kon ik spelen vanaf de start en kreeg ik de kans om te laten zien dat ik erin hoor. Natuurlijk wil ik die plek behouden. Ik werk hard op de training en aan het einde van de week zie ik of ik een basisplek heb. Als dat niet het geval is, dan betekent dat dat ik nóg harder moet werken.”

Toch sta je op vijf Eredivisie-goals, waarvan vier als invaller. Hoe ervaar je die rol?

“Het is zeker moeilijk. Je zit op de bank en kunt niets bijdragen aan het spel. Mijn vader zegt altijd: ‘volg de wedstrijd, kijk goed hoe de spits het doet en denk na over wat jij zou beter zou kunnen doen.’ Een voordeel is dat ik de verdedigers kan analyseren en kan zien waar hun zwaktes liggen. Het is een soort van video-analyse, maar dan aan de rand van het veld. Ik ben ook iemand die het spel veel probeert te lezen. Dat moet ook wel, want ik ben misschien niet de snelste of de sterkste, maar vaak wel de langste. Dat betekent dat ik aan andere dingen moet werken. Ik moet slim zijn. Daar probeer ik mijn voordeel uit te halen.”

Je bent geboren in New York, maar international van Noorwegen. Hoe zit dat?

“Mijn vader verhuisde van Noorwegen naar New York om daar te gaan werken. Zodoende ben ik daar geboren. Ik was drie maanden oud toen we eigenlijk terug zouden verhuizen, maar mijn vader kreeg een nieuwe baan en we zijn gebleven. Ik heb daarom beide nationaliteiten. Ik heb in Amerika tot mijn vijftiende op school gezeten. De laatste twee jaar van mijn studie deed ik in Noorwegen en zette ik mijn eerste stappen in het professionele voetbal bij Vålerenga.”


Sprak je toen al Noors?

Niet zo veel, alleen wat mijn vader me had geleerd of wat vrienden me leerden. Door de jaren heen werd dat beter en beter. Toen ik bij de nationale ploeg kwam, sprak ik het nog niet vloeiend. Nu geef ik zelfs interviews in het Noors.”

Heb je ooit getwijfeld over een interlandcarrière voor de Verenigde Staten?

“Er gingen in mijn tijd bij Heart of Midlothian geruchten dat ik zou worden geselecteerd voor een trainingskamp, maar ik heb nooit een oproep gehad. Op een gegeven moment zat ik bij de kapper en werd ik gebeld door de Noorse bondscoach, Lars Lagerbäck, en hij vroeg of ik voor Noorwegen wilde spelen. Dat wilde ik natuurlijk graag. Ik vier daar vakantie en Kerstmis en heb er familie en vrienden. Dat de bondscoach mij persoonlijk belde, betekende veel voor me. Net als het feit dat ze me eerder benaderden dan de Amerikaanse bond. Dat vond ik bijzonder. Ook John van den Brom belde mij bij ADO Den Haag. Dat voelt beter dan wanneer enkel een Technisch Directeur van de club of bond mij belt.”


Je hebt ook in Spanje, Portugal, Bulgarije en Schotland gespeeld. Hoe zit dat?

Veel mensen denken dat ik een clubhopper ben, maar ik transfereerde altijd omdat ik naar een betere club kon. Zowel financieel als sportief. Zo speelde ik bijvoorbeeld op het tweede niveau in Portugal en maakte ik 14 goals in 14 wedstrijden. Toen kreeg ik de kans om naar Benfica te gaan, maar dat ketste uiteindelijk af. Vervolgens kon ik bij Litex Lovech in Bulgarije spelen. Een club die meedoet om de prijzen in dat land en regelmatig Europees speelt. Ook zaten er soms 40 tot 50.000 mensen op de tribunes. Dat is toch een stap hoger op dan het tweede niveau in Portugal, waar je voor 4.000 supporters speelt. Sommige spelers gaan op hun zestiende naar Barcelona. Mijn route is misschien moeilijker, maar uiteindelijk heb ik het toch geschopt tot tweede topscorer van de Eredivisie en het nationale team.”