Stijn Wuytens


Op zijn plek

De gehele eerste seizoenshelft stond hij met een blessure aan de kant. Een nieuwe blessure en twee invalbeurten later is hij weer zo goed als fit: Stijn Wuytens (29). De Belg over revalideren, het vaderschap en dromen over de toekomst. “Hele plaatje moet kloppen”.

Tekst: Sander Nanne |  Foto’s: Ed van de Pol


Hoe gaat het met je?

“Goed. Ik ben weer lekker aan het trainen, heb wat minuten gemaakt in de Eredivisie en heb het oefenduel tegen Malmö FF meegedaan. Het gaat weer de goede kant op. In de oefenwedstrijd deed ik 75 minuten mee en toen merkte ik dat een heel duel nog zwaar is. Het was ook een goede tegenstander. Zij zitten in de voorbereiding op hun nieuwe seizoen. Nu voel ik me weer goed en ben ik aan het optrainen naar die 100%.”

Je was na het trainingskamp zo goed als fit en toen kreeg je een nieuwe blessure. Hoe is dat voor jou?

“Dat is heel frustrerend. Ik werkte al die tijd naar mijn rentree toe en dat ging in principe goed. Ik heb heel het trainingskamp meegedaan en zelfs minuten gemaakt in de oefenwedstrijd. Ik zat op schema. Ook viel ik in tegen FC Utrecht, maar de eerstvolgende training viel ik weer uit. Dat moment was mentaal heel moeilijk. Daar ben ik echt wel een paar dagen ziek van geweest.”

Je bent er lang uit geweest. Ben je nu terughoudender in duels?

“Ik ben niet echt iemand die bang is. Dat is niet echt een probleem. Het is meer dat ik de inhoud moet krijgen om het 90 minuten vol te houden. Dat is de grootste uitdaging.”

Wanneer is het seizoen voor jou geslaagd?

“Als we derde worden en ikzelf nog veel kan meedoen. Ik ben blij dat ik weer met de jongens op het veld sta. Dat maakt het een stuk makkelijker om mezelf weer op te laden.”

Inmiddels speel je ruim drieënhalf seizoen voor AZ. Voel je je al een beetje een Alkmaarder?

“Ik ben echt op mijn plek. Ik woon in een leuke buurt en mijn kinderen gaan hier naar school. Ik ben helemaal gesetteld. Ik ga nog maar een paar keer per jaar terug naar België. Ik woon dicht bij de stad en de zee. Als het mooi weer is, gaan we met het gezin graag naar het strand. Qua locatie is het ideaal.”

Als er vrienden en familie over zijn, waar neem je hen dan zeker mee naartoe?

“Bij mooi weer is de kans groot dat we richting zee gaan. Verder willen de meesten lekker door Alkmaar wandelen of op het terras wat drinken. Als de kinderen mee zijn, wordt het een speeltuin in de buurt of een stukje fietsen.”

Hoe ben jij als vader?

“Met drie kinderen is het gezellig druk. Daar ligt mijn prioriteit en heb ik mijn handen vol aan. Ik ben rustig, maar rechtvaardig. Als ze over de grens gaan, dan laat ik ze dat ook wel weten. Daar ben ik wel principieel in en dan sta ik ook wel op mijn strepen. Ik ben als vader eigenlijk een beetje hetzelfde als voetballer.”

Jouw kinderen gaan in Nederland naar school. Merk je verschil met het Belgisch onderwijs?

“In België gaan kinderen vanaf 2,5 jaar voltijds naar school. Dat is een heel ander systeem. Dat is wel een beetje aanpassen voor ons. Vooral qua uren. Maar ook kleine dingen zoals de lunch. Bij mijn dochter blijven de leerlingen in het lokaal zelf, terwijl ik gewend was om naar een grote aula te gaan met heel de school.”


Jij kwam zelf op jonge leeftijd naar Nederland. Tegenwoordig zie je een stuk minder Belgen in de Eredivisie. Hoe komt dat?

“De competitie in België is sterker geworden en daardoor komt er meer interesse in de Belgische markt. Spelers maken daardoor sneller de overstap naar Engeland, Spanje of Italië. Misschien was Nederland voorheen een tussenstap naar een grotere competitie. Nu zijn de Eredivisie en de Jupiler Pro League ongeveer gelijkwaardig. Dan is die stap niet meer nodig.”

Als je nu nog jeugdspeler was geweest. Had je dan alsnog de stap naar Nederland gemaakt?

“Dat vind ik moeilijk te zeggen. De jeugdopleiding van PSV heeft nog steeds veel aanzien. Voor mij was Eindhoven qua afstand net zo ver als Genk. Toen maakte ik de keuze puur voor de opleiding. Nu krijgen talenten ook genoeg kansen in de eigen competitie. Dat zit goed in elkaar. Beter dan een aantal jaar geleden.”

Heb je zelf nog de droom om in België te spelen?

“Ik heb een jaar voor Beerschot gespeeld. Als nu de kans voorbij zou komen, dan ga ik het zeker overwegen. In mijn AZ-periode is dat nog niet gebeurd ook. Maar een stap naar een buitenlandse competitie lijkt me ook nog leuk. Het hele plaatje moet kloppen voordat ik dat überhaupt ga overwegen.

Je bent nu 29. Denk je wel eens na over een carrière na het voetballen?

“Natuurlijk. Ik heb niet een concreet plan, maar ik denk er wel over na. Ik denk dat (jeugd-)trainer wel iets is voor mij. Het lijkt me een mooie uitdaging om met die jonge gasten aan de slag te gaan.”